Project: werkplekleren in de gezondheidszorg |
| |
Proeftuinen
Wie al wat langer in het onderwijs meedraait, heeft ongetwijfeld al eens het woord ‘proeftuin’ horen vallen. De eerste proeftuinen zagen in 2005 het licht. Ze kwamen er op initiatief van toenmalig minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke. In zijn beleidsbrief ‘Vandaag kampioen in wiskunde, morgen ook in gelijke kansen’ motiveert hij hun oprichting als volgt:
… Vooraleer maatregelen veralgemeend in te voeren, wordt het best nagegaan hoe ze in concrete situaties worden toegepast en wat de effecten daarvan zijn. Waar het aangewezen is, zullen we daarom proeftuinen opzetten. Dit zijn onderwijsinitiatieven waarbij - binnen een afgebakende tijdsduur en op beperkte schaal - vernieuwingen worden ingevoerd. De effecten daarvan worden geëvalueerd, en als ze positief zijn, kunnen ze richtinggevend zijn voor het toekomstige onderwijsbeleid. We moeten ervoor zorgen dat dit in de beste omstandigheden gebeurt en zonder de rechtszekerheid in het gedrang te brengen.
Het is eigen aan proeftuinen dat de deelnemers kunnen werken binnen een aangepast regelgevend kader. Ze moeten een vrij grote autonomie hebben voor eigen invulling en oriëntering en het opzetten van samenwerkingsverbanden. Dit kader moet een gepast evenwicht bieden tussen rechtszekerheid voor de betrokken leerlingen, personeelsleden en scholen, en de nodige ruimte om te kunnen experimenteren…
Het overkoepelende doel van de proeftuinen is ‘gelijke kansen op talentontwikkeling’, uitgewerkt rond vier thema’s: talentontwikkeling, onderwijs en arbeid, technologie en beleidsvoerend vermogen. Er werden 41 projecten goedgekeurd voor de periode 2005 – 2008, 24 ervan werden verlengd tot 2011. Een tweede reeks proeftuinen werd gestart in het schooljaar 2007-2008: deze 40 proeftuinen werken rond thema’s uit de Vlaamse Competentieagenda.
Proeftuinen in de scholengemeenschap KSLeuven
De scholengemeenschap Katholiek Secundair onderwijs Leuven (KSLeuven) omvat alle katholieke secundaire scholen van regio Leuven (met uitzondering van het Lemmensinstituut). Eén van de centrale doelstellingen van deze scholengemeenschap is de zorg voor leerlingen. KSLeuven draagt zorg voor elke leerling, met bijzondere aandacht voor leerlingen uit kansarme groepen en leerlingen met speciale onderwijsbehoeften.
Binnen de scholengemeenschap KSLeuven bestond er voor 2005 al een samenwerking tussen KSLeuven en de vijf scholengemeenschappen basisonderwijs uit regio Leuven. De scholen wensten elkaars werking beter te leren kennen om zo de overgang van de lagere naar de secundaire school voor elke leerling vlot te laten verlopen. Een betere aansluiting van beide onderwijsniveaus was daartoe nodig. De oprichting van proeftuinen was dan ook een mooie gelegenheid om voor deze onderwijsvernieuwing ondersteuning te krijgen en ze structureel te kunnen verankeren.
De scholengemeenschap KSLeuven heeft twee proeftuinen. De eerste, gestart in 2005, heeft als onderwerp ‘Voor een vlotte overgang van BaO naar SO’. Deze proeftuin omvat drie deelprojecten. In het eerste deelproject ‘ continuïteit van zorg’ is een BaSO-fiche ontwikkeld en geïmplementeerd. Er werden basispakketten van zorg opgesteld en jaarlijks worden er overlegplatforms van zorg tussen BaO en SO georganiseerd. Het tweede deelproject gaat over ‘continuïteit van methodiek’ en het derde over een ’Leerweg op Maat in de eerste graad’. Met dit laatste deelproject wordt het voor de scholen van KSLeuven mogelijk om aan leerlingen die in het eerste leerjaar secundair met een structurele achterstand instromen, een flexibele leerweg aan te bieden. Zo krijgen die leerlingen de gelegenheid om in de eerste graad hun achterstand weg te werken. Binnen de proeftuin worden voor deze leerlingen de nodige basispakketten van ontstofte leerstof aangemaakt.
De tweede proeftuin startte in januari 2008 en heeft als onderwerp ‘Werkplekleren in de gezondheidszorg’. Deze proeftuin focust op de overgang van secundair naar hoger onderwijs. In de rest van dit artikel gaan we verder in op deze laatste proeftuin.
Context
KSLeuven heeft de laatste jaren heel wat geïnvesteerd in het optimaliseren van het studiekeuzeproces in de derde graad SO. Hiertoe heeft ze modules studiekeuze binnen seminarie-uren uitgewerkt en bezoeken aan SID-in (studie-informatiedagen) en infoavonden met oud-leerlingen ondersteund. De studiekeuzebegeleiders stellen echter vast dat de component ‘contact met het arbeidsveld’ onvoldoende aan bod komt opdat de leerlingen tot een goed afgewogen keuze zouden komen.
Aan de andere kant kampen zorgberoepen met een ‘caritatief en zorgend’ imago, dat jongeren weinig aanspreekt. Dat de geneeskunde geëvolueerd is weet iedereen, maar dat alle gezondheidszorgberoepen en het gezondheidsonderwijs met dezelfde snelheid mee geëvolueerd zijn, wordt vaak vergeten.
Zowel de opleidingsinstituten als de zorginstellingen geven aan dat de verschillende evoluties in de zorgsector en de mogelijkheden van deze zorgberoepen nauwelijks gekend zijn bij leraren en leerlingen. Heel wat jongeren kampen dan ook met vooroordelen over beroepen in de gezondheidssector. De beeldvorming bij jongeren komt blijkbaar niet overeen met de huidige realiteit. De jongeren hebben doorgaans een te eng beeld van deze beroepen en kennen de differentiatie- en de doorgroeimogelijkheden onvoldoende.
Zorgorganisaties in de provincie Vlaams-Brabant ervaren een tekort aan een instroom van gekwalificeerde beroepskrachten. Bij de hogescholen lijkt de dalende trend gebroken te zijn: zo is het aantal eerstejaars studenten verpleegkunde in Leuven is op twee jaar tijd met ongeveer zestig procent gestegen. Dat neemt niet weg dat de nood aan kwalitatief goede en intelligente medewerkers groot is en blijft.
Wetenschappelijk onderzoek heeft ten slotte het belang van werkplekleren in het studiekeuzeproces aangetoond. Dit vormde naast de hierboven geschetste problematiek en de vraag van leerlingen naar contacten met het werkveld, een belangrijke reden om deze proeftuin op te starten.
Doelstellingen
Eén van de doelstellingen is het organiseren van inleefmomenten voor leerlingen uit de derde graad ASO en stages voor leerlingen TSO en BSO. Deze inleefmomenten en stages hebben tot doel om leerlingen van de onderwijsvormen ASO, TSO, BSO op een juiste en actieve wijze te laten kennismaken met de vele boeiende mogelijkheden van de zorgberoepen. Hiertoe wordt het nodige didactische materiaal uitgewerkt.
De zorgberoepen die binnen dit project in de kijker worden gezet zijn zeer divers: arts, verpleegkundige, laborant, ergotherapeut, sociaal werker en technoloog medische beeldvorming. Deze zorgberoepen bieden tewerkstellingskansen in verschillende deelsectoren (o.a. de ziekenhuizen, thuiszorg, bejaardenzorg, gehandicaptenzorg, sociaal werk…). Door de sector worden deze beroepen als kwantitatief knelpuntberoep ervaren. Het aanbod aan zorgberoepen wordt gefaseerd uitgebreid.
Tijdens het schooljaar 2007-2008 wordt de focus gelegd op de studie en het beroep van verpleegkundige. Leerlingen maken kennis met het werkveld en de beroepeninhoud. Ze kunnen informatie opdoen over de zorgsector in zijn geheel en ervaren wat de vereiste competenties voor het beroep van verpleegkundige zijn. Zo hopen we bij te dragen tot het optimaliseren van het studiekeuzeproces. In seminaries, lessen, modules worden nabesprekingen en evaluaties gehouden. Ook hiertoe wordt het nodige materiaal aangemaakt. Leerlingen worden verder ook gestimuleerd deel te nemen aan infoavonden over Hoger Onderwijs en kennis te maken met de gehanteerde, vernieuwde onderwijsmethodieken.
Tijdens het schooljaar 2008-2009 wordt het aanbod aanzienlijk uitgebreid. Leerlingen maken kennis met het beroep van verpleegkundige, ergotherapeut en laborant.
Tijdens het schooljaar 2009-2010 wordt het aanbod nogmaals uitgebreid. De beroepen van technoloog medische beeldvorming, arts en sociaal werker worden mee in de boot genomen naast verpleegkundige, ergotherapeut en laborant. Ook de groep leerlingen kan nog uitgebreid worden.
We organiseren twee soorten inleefmomenten. Een eerste soort situeert zich volledig in het studiekeuzeproces. In de loop van februari organiseren we inleefmomenten voor vrijwilligers. Dat blijkt een ideaal moment te zijn, kort na de SID-ins en voor de vele opendeurdagen aan de onderwijsinstellingen. Leerlingen ervaren het als een erg waardevolle aanvulling in hun studiekeuzeproces.
Daarnaast organiseren we ook inleefmomenten die kaderen binnen lessen en projecten op school. Leerlingen ervaren dan hoe de theorie die ze op school leren in de praktijk gebruikt wordt en tegelijk maken ze kennis met een mogelijk toekomstig arbeidsveld. Dat is een combinatie die zowel door het arbeidsveld als de onderwijswereld gesmaakt wordt.
Met deze proeftuin willen we jongeren een realistisch beeld meegeven van de verschillende zorgberoepen door hen via werkplekleren te laten ervaren wat een beroep in de gezondheidszorg concreet inhoudt.
Een tweede grote doelstelling bestaat in het organiseren van inleefmomenten voor leraren. We richten ons in de eerste plaats op leraren die het studiekeuzeproces op de scholen actief begeleiden. In de praktijk gaat het vaak om klassenleraren, maar ook andere leraren zijn welkom. Ook hier is het doel van de inleefmomenten om de leraren een geactualiseerd beeld van beroepen in de gezondheidszorg te geven. Daarnaast willen we de deelnemers een beter zicht geven op de verschillende opleidingen en op de competenties die hierbij nodig zijn.
Naast het organiseren van inleefmomenten wil de proeftuin ook de beeldvorming over beroepen in de gezondheidszorg onderzoeken. Daartoe hebben we een enquête ontwikkeld, die we de afgelopen twee schooljaren bij zesdejaars secundair hebben afgenomen. Een van de opmerkelijkste resultaten is dat jongens beroepen in de gezondheidszorg negatiever bekijken dan meisjes. Bij het organiseren van inleefmomenten wordt dit een aandachtspunt. Dit werkjaar nemen we de (verkorte) enquête af bij leerlingen die op inleefmoment komen: zowel er net voor als een maand nadien. Zo hopen we het effect van een inleefmoment op de beeldvorming in kaart te kunnen brengen.
Evaluatie
De bevindingen van de leerlingen op de georganiseerde inleefmomenten zijn positief. De leuke interactiemomenten (infuus prikken, bloedafname, gipsverband aanleggen,… in een demosetting) worden door de leerlingen geapprecieerd. Ook de toelichting van promotiemogelijkheden, de aanvullende studiemogelijkheden na een diploma in de verpleegkunde 4e graad (nu HBO 5), een bachelor verpleegkunde/vroedkunde, de voorstelling van de verschillende loopbaanmogelijkheden en doorgroeimogelijkheden werden als heel interessant ervaren.
Leerlingen stellen over het algemeen dat ze veel bijleren op zo’n inleefdag. Ze hebben een realistischer beeld over werken in de gezondheidszorg. Ze zijn getroffen door de grote verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van werkers in de gezondheidszorg, maar ook door hun betrokkenheid op de patiënten. Ze schrijven vaak op de evaluatie achteraf dat ze geleerd hebben hoe uiteenlopend de beroepen zijn en dat je eigenlijk veel verschillende functies hebt binnen een beroep. Nogal wat leerlingen melden na een inleefmoment dat hun kijk op gezondheidszorg is veranderd, en, ‘dat het niet is zoals ze op tv laten zien’. Hun waardering voor deze beroepen is zeker gestegen na een inleefmoment. Dit geldt ook voor wie niet aan een beroep in de gezondheidszorg denkt. Tenslotte vinden leerlingen het over het algemeen een boeiende kijk achter de schermen.
Leraren van hun kant appreciëren ‘de intense kennismaking met een brede verscheidenheid aan beroepen in het enorme werkveld dat een ziekenhuis als Gasthuisberg is. Daarnaast zeker ook de opleidings- en doorgroeimogelijkheden van bijvoorbeeld verpleegkundigen. De mensen die we ontmoetten waren zeer gedreven en betrokken, waardoor we heel nauw met hun werkervaringen konden kennismaken.’ Ze voelen zich na een inleefmoment sterker als studiekeuzebegeleider: ‘ik ben nu in staat andere zaken dan clichés aan mijn leerlingen te vertellen. De impact van deze inleefdag zal zich het duidelijkst tonen in de studiekeuzebegeleiding: meer praktische en realistische informatie geven, een genuanceerd beeld geven van de opleidingsmogelijkheden, schakeljaren en dergelijke.’
Uitbreiding
Hoewel de proeftuin een tijdelijk project is, hoeft het niet hier te eindigen. We zien twee duidelijke toekomstperspectieven. Een eerste is om het experiment van de vier deelnemende scholen aan deze proeftuin te inplementeren in alle scholen van KSLeuven. Verder willen we graag het aantal beroepen uitbreiden, ook naar andere sectoren, zodat we op termijn voor alle leerlingen een inleefmoment naar hun keuze kunnen waarmaken.
Hilde Dengis
Projectmedewerker Proeftuin Werkplekleren in gezondheidszorg
hilde.dengis[at]ksleuven.be
|