De Janseniustoren

Sinds 1 september 2002 is de Scholengemeenschap Katholiek Secundair Onderwijs Leuven gevestigd in de Janseniustoren. Dit stukje architectuur getuigt van de rijke Leuvense geschiedenis. Zijn naam kreeg de toren van één van zijn illustere bewoners uit de 17deeeuw.

Middeleeuwen

Lang voordat Jansenius zijn naam schonk aan het gebouw, maakte de toren deel uit van de binnenste ringmuur van Leuven. Rond het midden van de 12de eeuw werd Leuven omringd door een muur van bijna drie kilometer, onderbroken door elf stenen poorten. Op de plaats waar de Dijle de stad binnenstroomde en haar weer verliet, werden twee waterpoorten gebouwd. Deze waterpoorten werden gevormd door een stenen brug geflankeerd door verdedigingstorens.

Samen met de toren aan de overkant van de Dijle vormde ‘de Janseniustoren’ omstreeks de 12de eeuw de zogenaamde Waterpoort. Gelegen aan de eerste grote splitsing van de Dijle was het een belangrijke toegangspoort tot de stad. De rechterarm van de Dijle stroomde Leuven binnen. Er werd tol geheven op de goederen die per schip werden aangevoerd. De Waterpoort moest tevens de verderop gelegen brug over de Dijle beschermen.

Op de linkerarm van de rivier, die werd gegraven als gracht rond de stadsmuur, werden sluizen geplaatst. Hiermee kon men het waterpeil op de rechterarm regelen waardoor overstromingen in de stad werden vermeden.

Bij de aanleg van een nieuwe en grotere stadsomwalling omstreeks 1360, kwam de oude ringmuur in onbruik en geraakte hij stilaan in verval.

Op deze prenttekeningen van omstreeks 1600 is te zien hoe de twee torens van de Waterpoort in verval zijn geraakt. De sluizen zijn nog in gebruik. De stenen brug, die op de tekening reeds helemaal is ingevallen, werd nooit heropgebouwd. De houten brug, meer stroomafwaarts, werd vorige eeuw vervangen door een ijzeren constructie die afkomstig is van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910.

17de eeuw

Wanneer de Zuid-Hollandse priester Jansenius in Leuven theologie kwam studeren, liet hij zijn oog vallen op de vervallen watertoren. In 1618 liet hij de toren opknappen tot woning. Er werden twee verdiepingen bovenop de middeleeuwse toren geplaatst in een donkerdere baksteen. De nieuwe bewoner was geboren in Akkooi op 28 oktober 1585 en groeide al snel uit tot één van de grote intellectuelen van zijn tijd. Hij studeerde aan de universiteiten van Utrecht, Leuven, Parijs en Bayonne. In 1630 werd hij hoogleraar in de exegese aan de universiteit van Leuven en in 1635 werd hij door de Spaanse koning benoemd tot bisschop van Ieper. Hij stierf echter reeds drie jaar later aan de pest.

In de gerestaureerde toren, waarin hij van 1618 tot 1626 woonde, bestudeerde hij de kerkvaders en schreef hij aan zijn bekendste werk Augustinus. Hierin nam hij de genade en de predestinatieleer op de korrel. Jansenius ontketende met dit werk postuum een storm in de religieuze en politieke wereld. De Augustinus zou de geschiedenis ingaan als basis voor het jansenisme, een religieuze en politieke beweging uit de 17de en 18de eeuw, die reageerde tegen bepaalde ontwikkelingen binnen de Rooms-katholieke kerk en het absolutisme van de vorsten uit die dagen.

Na het vertrek van Jansenius, meerbepaald in 1640, werd het gebouw aan de linkerkant van de toren toegevoegd.

Vandaag

De Janseniustoren heeft de tand des tijds goed doorstaan. De jongste verbouwing dateert van 1984-1985 (Architecten A. Himpens en L. Van Herck). Links is de toren nog geflankeerd door een stuk van bijna twintig meter originele ringmuur. De drie volledige bogen zijn goed zichtbaar op de binnenkoer van het Paridaensinstituut. Zowel de toren als dit stuk ringmuur werden in 1964 beschermd als monument. De verdedigingstoren aan de overkant van de Dijle is eveneens bewaard gebleven, net zoals de Ursulinensluizen die bovendien nog steeds dienst doen. De toren kreeg de naam Justus Lipsiustoren omdat hij grenst aan het door J. Helleputte in 1878 opgetrokken Justus Lipsiuscollege. Ook binnenin is de Janseniustoren goed geconserveerd. Zo is de authentieke vormgeving van de glasramen bewaard gebleven, de oorspronkelijke balken met gebrandmerkte datum en het bed van Jansenius.
Geïnspireerd door deze rijke geschiedenis en met het voortdurende gekabbel van de Dijle op de achtergrond, werkt het KSLeuven-team aan de verdere ondersteuning van de Leuvense scholen.

Geraadpleegde bronnen:

‘Janseniustoren’, in: Natuurpunt Leuven, 7 oktober 2008,http://www.natuurpuntleuven.be/dijleproject/paneel4-janseniustoren.html.

MONDELAERS, L. en VERLOOVE, C., ‘Eerste stadsomwalling’, in: Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed, 8 juni 2010,http://inventaris.vioe.be/dibe/geheel/25406/teksten.

COCKX E. en HUYBENS G. (ed.), De Leuvense Prentenatlas. Zeventiende eeuwse tekeningen uit de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Deel 1, Herent, 2000.

COCKX, E., Promenade langs de oude Leuvense vesten in gezelschap van een kunstenaar die voorlopig zijn naam niet wil prijsgeven, Herent, 2000.