ASS

Zorgpakket voor leerlingen met een attest van een autismespectrumstoornis

Hieronder beschrijven we het basispakket aan zorg voor leerlingen met een attest van een autismespectrumstoornis (ASS). Dit pakket geldt voor leerlingen van alle scholen van onze scholengemeenschap. De maatregelen situeren zich op het niveau van het schoolbeleid, op het niveau van de klas en op het niveau van de individuele leerling. De individuele maatregelen gelden niet automatisch voor elke leerling met autismespectrumstoornis. De school zal voor elke individuele leerling met een autismespectrumstoornis nagaan welke maatregelen wenselijk zijn. Dat gebeurt in overleg met de leerling en de ouders. Niet alleen de school is bereid om zich in te zetten, ook van de leerling en zijn ouders wordt een engagement verwacht.

1 Maatregelen op schoolniveau

1.1 Beleid

De school is bereid om te werken aan een schoolklimaat dat voor de leerlingen een veilige, overzichtelijke en voorspelbare omgeving creëert. Deze bereidheid ligt aan de basis van het beleid van de school t.a.v. leerlingen met ASS.

Er is een zorgpakket of procedure bij de aanmelding van leerlingen met ASS m.b.t. het omgaan met ASS.

Eén of meer personen zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van dit beleid (meestal leerlingenbegeleider of coördinator, soms directeur of klassenleraar).

Het beleid wordt meegedeeld aan de leraren.

1.2 Beschrijving van de noden van leerlingen

Bij de signalering dat een leerling met ASS zich inschrijft in de school, wordt altijd een intakegesprek/zorgoverleg georganiseerd. Mogelijke partners: de ouders, (eventueel) de leerling, de CLB-medewerker en eventueel de GON-begeleider, ILB en/of zorgcoördinator. Het bepalen van de maatregelen gebeurt in het kader van de bespreking en opvolging van het integratieplan.

Om noden van leerlingen te leren kennen maakt de school gebruik van de BaSO-fiche of van de BuBaSO-fiche.

Bij ontbreken van de (Bu)BaSO-fiche gebruikt de school minstens een inschrijvingsformulier waarop zorgnoden aangeduid kunnen worden. Dit kan aangevuld worden met een zorgfiche.

In overleg met alle betrokkenen kan een gesprek plaatsvinden tussen (vertegenwoordigers van) de klassenraad en de leerling/ouders/begeleider.

Op hun vraag krijgen ouders en leerling een gesprek met de zorgcoördinator of leerlingenbegeleider (soms met vakleraar).

1.3 Afspraken over bijzondere maatregelen

De school beschikt over een lijst van maatregelen die toegepast kunnen worden.

In het kader van de GON-begeleiding wordt een individueel handelingsplan opgesteld waarin ook bepaald wordt welke zorg de school zal bieden.

1.4 Communicatie met de leraren

De noden /maatregelen worden besproken op een portretterende /begeleidende klassenraad bij het begin van het schooljaar (of later indien later gemeld). Hierop wordt de GON-begeleiding uitgenodigd.

De betrokken leraren krijgen een schriftelijke (eventuele digitale) neerslag van de voor de leerling met ASS gemaakte afspraken.

Het schoolpersoneel dat veel contact heeft met de leerlingen (secretariaat, toezicht op de speelplaats…) wordt geïnformeerd over de noden en afspraken i.v.m. deze leerling.

1.5 Opvolging

Er wordt iemand aangeduid voor de algemene opvolging, vb. een leerlingenbegeleider, een klastitularis, een (zorg)-coördinator…

De dagelijkse opvolging gebeurt door de aangeduide persoon in overleg met de GON-begeleider. Hij is betrokken bij het overleg bij de opstart.

Het vaste GON-overleg vindt plaats zoals voorzien (driemaal per jaar).

Indien nodig worden tussentijdse besprekingen gepland, op vraag van ouders, leerling, school, CLB of GON-begeleiding. Afspraken hiervoor worden gemaakt door de schoolverantwoordelijke voor de begeleiding.

1.6 Organisatie van examens

Leerlingen met ASS krijgen maatregelen en/of faciliteiten op individueel niveau

1.7 Afspraken over begeleiding buiten de lessen
(vb. buitenschoolse activiteiten, onverwachte activiteiten of speeltijd…)

De klasleraar of leerlingenbegeleider spreekt met de leerling af waar tijdens de pauzes de leerling zich kan terugtrekken wanneer hij de noodzaak hiervoor voelt (rustplaatsje).

De leerling krijgt een aanspreekpersoon toegewezen, aan wie hij/zij problemen kan signaleren die zich buiten de lessen voordoen. Vb. bij mogelijke pestproblematiek.

In de school besteedt men de nodige zorg aan de leerling tijdens de startdagen bij het begin van het schooljaar (zie verder).

Er is mogelijkheid tot een individuele rondleiding om zich beter te kunnen oriënteren in de nieuwe school.

2 Maatregelen op niveau van de individuele leerling

We geven enkele maatregelen die kunnen toegepast worden. De maatregelen zijn onder meer geïnspireerd op deel 3 van de map Leerzorg na (Maatwerk op individueel niveau).

2.1 Basishouding

De leraar kent ASS en aanvaardt dat deze leerling met ASS in zijn klas bijzondere maatregelen nodig heeft .

De klassenleraar bespreekt noden en sterke kanten van de leerling met leerling, de ouders, de GON-begeleider.

De eigenheid van de leerling met ASS wordt besproken met de klas indien nodig en indien de leerling ermee akkoord gaat (na overleg met ouders en GON-begeleiding). De ervaring leert dat dit meestal positief werkt.

2.2 Gebruik van hulpmiddelen

Leerling mogen een signaal(kaart) gebruiken om hulp van leraar in te roepen.

2.3 Evaluatie bij leerlingen

De leerling krijgt meer tijd bij het afleggen van de examens.

De leerling kan in een aparte examenklas het examen afleggen of krijgt andere aanpassingen in functie van de noden van de leerling.

2.4 Klassenorganisatie

Wat leerlingen in hun agenda moeten schrijven, blijft beschikbaar in een (elektronische) klassenagenda of op het bord.

De leerling kan een vaste plaats in de klas krijgen van waaruit overzicht mogelijk is of van waaruit zo weinig mogelijk prikkels komen.

De leerling kan een eigen plaats voor persoonlijk materiaal krijgen.

Bij grote stress kan de leerling zich terugtrekken op een vooraf afgesproken plaats, bv. bankje tegen de muur.
BIJLAGE
TIPS IN OMGANG MET EEN LEERLING MET ASS
Leerlingen met autisme of ASS kunnen moeite hebben met communicatie, sociale interactie en creatief verbeeldingsvermogen. Ze zijn over- of onder gevoelig voor zintuiglijke prikkels. Minder gestructureerde situaties zoals de speelplaats en uitstappen kunnen angst en onzekerheid veroorzaken. De reacties op situaties die angst en stress veroorzaken, zijn voor de schoolomgeving niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Autisme komt voor op alle niveaus van verstandelijk functioneren. De intelligentie beïnvloedt wel sterk de communicatieve en compenserende mogelijkheden. Autisme kent een aantal kenmerken maar elke leerling met autisme heeft een sterk eigen profiel en vraagt een aangepaste aanpak.

MOGELIJKE ZWAKKE KANTEN
Sociaal-emotioneel:
• weinig inzicht in emoties van anderen
• weinig initiatief name tot sociale contacten
• sociale contacten kunnen stress veroorzaken
• moeite met adequaat onderhouden van contact met leeftijdgenoten
• beperkt probleemoplossend vermogen of oplossingen voorstellen die nauwelijks of niet haalbaar zijn
• faalangstig
• emotioneel erg gevoelig
• veel opkroppen

Communicatief:
• figuurlijke taal letterlijk nemen
• geen of weinig communicatie of net té opdringerig
• onvoldoende verstaan non-verbale signalen en lichaamstaal
• moeite met vraagstelling als die te algemeen is, vb. open vragen
• moeite met samengestelde zinnen, vb. tweeledige vragen
• moeite met zinsontleding, vb. in het vak Nederlands

Organisatorisch:
• moeite met agenda invullen: half/verkeerd invullen, mondelinge opdrachten niet begrijpen, vb. ‘:’
voluit schrijven als ‘dubbel punt’
• zelf moeilijk een stappenplan kunnen bedenken of er één maken dat (te) veel tijd en energie kost
• zwakke visueel-ruimtelijke structuur
• trager werken
• moeite met abstracte termen en regeltoepassing
• moeite met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken
• moeite met studeren: hoe beginnen? Wanneer voldoende gekend?
• moeilijk onthouden wat hen niet interesseert
• overgevoelig voor sensorische prikkels
• moeite met keuzes maken
• veranderingen en onverwachte gebeurtenissen zorgen voor angst en stress, vb. onaangekondigd iets
voor de klas moeten brengen
• minder goede grove motoriek MOGELIJKE STERKE KANTEN
• goed in woordspelletjes, speelt met woorden
• vaak geestig en onderhoudend
• gevoelig en zacht
• goed geheugen voor feiten, details,…
• volgt graag regels en houdt aan afspraken
• heeft veel baat bij visuele schema’s en/of
• stappenplannen
• leest vaak graag fantasierijke verhalen
• denkt rechtlijnig (vastberaden)
• interesse voor logische onderwerpen en computers
• sterk rechtvaardigheidsgevoel
• perfectionistisch
• sterk georiënteerd op eigen interessegebieden en daarin uitzonderlijk presteren
• bijzonder talent voor muziek of tekenen
• erg loyaal

DO’S en DONT’S
Wat zoveel mogelijk doen?
• communicatiestijl aanpassen: kort en duidelijk,ondubbelzinnig
• aandacht vestigen op samenhang en essentie van een groter geheel
• een lijst van doelstellingen maken na een groter geheel
• paginanummers van werkbladen of handboeken op bord schrijven
• groepswerk en lange-termijn-opdrachten doorspelen aan GON-begeleider
• laten afwerken waarmee hij/zij bezig is
• zorgen dat de leerling je kan zien
• eenduidige opdrachten geven
• je communicatiesnelheid vertragen, vb. door de 7-seconden-regel toe te passen
• eventueel een buddy- of hulpleerling inschakelen
• time-out-plekje aanbieden
• aandacht optimaliseren en storende factoren beperken door bvb. een bepaalde plaats in de klas te geven, met zo weinig mogelijk materiaal op de bank

Wat best vermijden?
• figuurlijk taalgebruik (vb. zit niet zo rap op je paard,…) of sarcastisch taalgebruik
• vragen naar “waarom”
• lange zinnen
• enkel mondelinge uitleg bij een opdracht (best ook schriftelijk)
• geïmproviseerde organisatie
• groepswerk zonder duidelijke taakomschrijving
• een lesuur zelfstandig notities laten nemen
• veranderingen zonder duidelijke aankondiging. Indien onvermijdelijk, dan volstaat het om uit te
leggen waarom, vb. “indien het regent, dan…”
• vrije momenten zelf laten invullen
• vragen om oogcontact te maken
• negatieve boodschappen (zeg wat de leerling wél moet doen)
• eindeloos discussiëren
• veel lawaai en drukte
• te grote fysieke nabijheid

Valkuilen:
Jongeren met ASS geven meestal niet concreet en spontaan aan dat iets moeilijk of helemaal niet gaat. Ze zijn vaker timide en angstig. Hierdoor kunnen ze dichtklappen bij nieuwe situaties. Geef hen best de kans om even te wennen.

Alvast dank voor uw begrip en medewerking!